Stemmen van achter de schermen

Interview met Berry Visser

Introductie

In de jaren ’50 was de muziekbusiness nog klein en overzichtelijk. Artiesten speelden in zalen, clubs en theaters, dichtbij het publiek, maar zonder de grootschaligheid van later. Met de opkomst van Elvis Presley begon dat te veranderen.

De échte revolutie kwam in de jaren ’60. Bands als The Beatles en The Rolling Stones maakten het publiek massaal gek, en evenementen zoals Woodstock lieten zien hoe groot muziek kon worden. Optredens groeiden van zalen naar hallen en uiteindelijk zelfs stadions, terwijl open terreinen werden omgetoverd tot volwaardige festivalgebieden.

In die pioniersjaren ontstond Mojo Concerts. Er waren nog geen draaiboeken of zekerheden, er was vooral ruimte om te ontdekken, fouten te maken en te pionieren.

Dit interview is onderdeel van de reeks ‘Stemmen van achter de schermen’, waarin we spreken met mensen die de Nederlandse concertwereld van binnenuit hebben gevormd.


In dit gesprek spreken we met Berry Visser, in 1968 oprichter van Mojo Concerts en tot 1993 actief, over hoe het allemaal begon.

Portret van Berry Visser in hippiestijl, gefotografeerd in zijn vroege Mojo‑periode.

Het ontstaan van Mojo Concerts

Eind jaren zestig studeert Berry cultureel werk aan de Katholieke Sociale Academie in Den Haag. In die periode komt hij regelmatig in de studentensociëteit Wolbodo aan de Voldersgracht in Delft. Onder de naam Mojo Theater mocht hij daar op zondagmiddagen kleinkunstartiesten programmeren.

Zelf bespeelde hij de piano en schreef hij de teksten en muziek voor het Mojo Cabaret die daar als eerste de spits afbeten. Overigens is de naam Mojo bedacht door mede-lid Will Lutz. Hij haalde de naam uit het bluesnummer ‘Got my mojo working’ van Muddy Waters. Daarna volgden met wisselend succes optredens met o.m. Elly Nieman, Rikkert Zuiderveld, Martine Bijl, het Chileens Mime theater, Marianne Delgorge en Ferre Grignard. Alles is eenvoudig opgezet, met tonnen, kaarsen en een paar lampen, maar juist daardoor intiem en bijzonder.

Van de gemeente krijgen ze een bescheiden subsidie van 100 gulden. Ook krijgt hij toestemming om op de zaterdagavonden een disco te organiseren: Polly Magoo. Het begint simpel: bloemetjesbehang, een geïmproviseerde luifel en kaarsen in flessen. De DJ zit bovenin, verstopt in een klein hok. Maar vanaf de eerste avond zit het vol. “Het geheim zat in de muziek” vertelt Berry. “Platen die bijna niemand kende.” Er wordt muziek gedraaid van onder andere Traffic, Spooky Tooth, Tim Buckley en natuurlijk The Doors. Er gaat een hele nieuwe wereld voor hem open, avontuurlijker, vrijer en onvoorspelbaarder dan wat hij tot dan toe kende.

Conceptueel beeld van Berry Visser als oprichter van Mojo Concerts, met verwijzingen naar hoodoo‑traditie, Muddy Waters’ ‘Got My Mojo Working’ en de popcultuur rond Jim Morrison

De naam Mojo heeft meerdere betekenissen: in de Afro‑Amerikaanse hoodoo‑traditie is het een geluksamulet dat bescherming en succes moet brengen; in de blues staat het voor energie, charisma en creatieve flow. Zelfs Jim Morrison van The Doors werd in de jaren zestig een “mojo man” genoemd vanwege zijn magnetische podiumuitstraling. Al die lagen passen opvallend goed bij wat Mojo Concerts zou worden: een organisatie die met lef, magie en een bijna onverklaarbare aantrekkingskracht de grootste artiesten naar Nederland wist te halen.

Het moment in het Concertgebouw

In dezelfde periode loopt Berry stage in Amsterdam, in Café Culturel aan de Vondelstraat. Daar hoort hij het album Blonde on Blonde van Bob Dylan, het moment waarop Dylan de overstap maakt van akoestisch naar elektrisch. “Dat maakte enorme indruk,” zo zegt hij. Kort daarna verschijnt Strange Days van The Doors, met de iconische hoes vol circusartiesten. De muziek, fascinerend, hypnotiserend en een tikje dreigend, grijpt hem volledig.


Niet veel later organiseert Paul Acket een bijzonder concert in het Concertgebouw: The Doors, met Jefferson Airplane in het voorprogramma. Hij móét erbij zijn. Maar het loopt anders. Zanger Jim Morrison verschijnt niet op het podium. Hij is niet in staat om op te treden. Toetsenist Ray Manzarek neemt de zang over. Het concert gaat door, maar het is niet wat het had moeten zijn. “Het waren The Doors,” zegt Berry, “maar zonder ziel.”


Toch gebeurt er iets. Juist daar wordt het zaadje geplant. Hij zit in de zaal en denkt: hoe mooi zou het zijn als ik zélf die artiesten naar Nederland kan halen?

Londen: lef en doorzettingsvermogen

Niet veel later stapt Berry op de boot naar Londen. Zonder ervaring, zonder netwerk, maar met een adres van NEMS Enterprises in de chique wijk Mayfair. “Ik ben daar gewoon naar binnen gelopen,” vertelt hij.

In het pand zitten verschillende spelers uit de muziekindustrie: onder andere het management van Pink Floyd en boekingsagent Neil Warnock. Berry, jong en onbekend, vertelt zonder omhaal dat hij concerten wil organiseren in het Concertgebouw in Amsterdam. Hij krijgt de eerste acts mee: Traffic en Spooky Tooth.


Terug in Amsterdam belt hij aan bij het Concertgebouw. “Hallo, ik wil de grote zaal huren.” De eerste keer krijgt hij nul op rekest. Maar hij geeft niet op. Leuk om te vertellen is dat hij er als een hippie uitzag, zo’n rond ziekenfondsbrilletje, met slechts één poot. Hij reist opnieuw naar Londen en krijgt Julie Felix aangeboden. Dit keer krijgt hij de kleine zaal van het Concertgebouw toegewezen. Op 29 juni 1969 vindt het concert plaats. Met hulp van zijn broer, die flyers uitdeelt, krijgt hij zo’n 200 mensen binnen. Een bescheiden succes. Maar het werkt. Het ijs is gebroken.

Het begin van Mojo Concerts

Op 7 september 1969 volgt een nieuwe stap. Berry organiseert een dubbelconcert in de grote zaal van het Concertgebouw, met Soft Machine en Jethro Tull. Hij maakte zelf de poster en het duurste kaartje kost 12,50 gulden. Het concert is uitverkocht. 7 september 1969 wordt beschouwd als het begin van Mojo Concerts.

“Het bestaan van Mojo hing in die begintijd soms aan een zijden draadje,” zegt Berry. “Als we op de dag zelf niet genoeg kaartjes verkochten, konden we de artiest niet betalen.” Het waren spannende tijden … vaak met de hakken over de sloot, maar het lukte!

Door Berry Visser ontworpen concertposter voor Jethro Tull, het eerste grote succes van Mojo Concerts.

Bij het Holland Pop Festival is de samenwerking met Leon Ramakers (niet op de foto) ontstaan. Op Kralingen deed Leon het vervoer van de artiesten. Na Kralingen zijn we blijven samenwerken en uiteindelijk werd Leon ook de zakelijk partner. “Leon bracht structuur, ik was meer van de ideeën en concepten.” In 1993 is Berry gestopt bij Mojo, nadat hij zijn aandelen aan Leon had verkocht. Leon is ermee doorgegaan. In 1999 werd Mojo overgenomen door SFX Entertainment, het latere Live Nation.

Berry Visser en Leon Ramakers tijdens de opbouw van het Holland Pop Festival in Kralingen, naast een ijskraam met een windmolen op de achtergrond.

Kralingen: het keerpunt

Geïnspireerd door Woodstock wil Berry iets soortgelijks organiseren in Nederland. “Als je er nu op terugkijkt” zegt hij, “denk je: hoe haal je het in je hoofd?” Op de eerste verdieping van een pakhuis (het huidige Verborgen Huis van Madame de Berry) in de binnenstad van Delft houdt hij zijn kantoor. Hij zoekt het hele land af naar een geschikte locatie maar zonder succes … de verlossing lag in Rotterdam, de laatste plaats waaraan je denkt … In die voorbereidingsfase verschijnt uit het niets tot  zijn grote schrik Sid Bernstein (de man die de Beatles naar Amerika bracht) in het tv journaal en ontvouwt daar zijn plannen voor een Europees Woodstock bij Apeldoorn op de Veluwe …

If you can’t beat him, why not join them? Moet hij, wellicht een tikkeltje naïef, gedacht hebben. Een korte ontmoeting met de grote man uit Amerika in de lobby van zijn hotel liep natuurlijk op niets uit ….. Terug naar Delft en dan maar (tegen beter weten in?) op zoek naar een terrein, sponsors en de hele mikmak die daar bijkomt kijken. 


Dan staat er ineens iemand voor zijn deur: Georges Knap, op zijn spoor gezet door Bert Bakker, journalist bij het Vrije Volk. Georges wilde een popfestival organiseren voor de Rotterdamse jeugd in het kader van C70 (viering van 25 jaar vrijheid). Berry nam hem eerst niet serieus ( … ) dat gebeurde pas bij een tweede bezoek waarbij Georges hem meenam naar Rotterdam en hem naar het Kralingsebos reed. Lang verhaal kort: Berry trekt in bij de familie Knap in Ommoord van waaruit ze in luttele maanden het Holland Pop Festival uit de grond stampen….een absurd korte voorbereidingstijd, maar ze gaan ervoor! Toos Knap neemt het publiciteitsgebeuren op zich en Tinus van Daal de productie: bouw podium, lichttorens toiletten, omheining, catering enz. 


De stage manager (Hugh Price) en licht en geluid komen uit Engeland. Samen met Freddy Bannister die in 1969 het eerste Knebworth Festival organiseerde was de komst van grote Amerikaanse groepen waaronder zijn favoriete band The Byrds, al verzekerd. 

Uiteindelijk krijgt het driedaagse Holland Pop Festival een indrukwekkende line‑up met onder meer Jefferson Airplane, Santana, Canned Heat, The Byrds, Al Stewart, Soft Machine en Pink Floyd. Op het bijpodium is ruimte voor Nederlands werk zoals Focus, Ekseption, White Rabbit en het Nederlands Danstheater.


Terugkijkend is het een onwaarschijnlijke samenloop van omstandigheden: een beetje blufpoker, een beetje geluk. Alles zit mee: de tijdsgeest, de stilte waarin de voorbereidingen plaatsvinden. Kralingen heeft geen idee wat er boven hun hoofd hangt. “Het is wonderbaarlijk dat alles goed is gegaan, geen knokpartij, niets. Het was een fantastisch gebeuren, met alles wat erbij hoort: zon, regen, noem maar op.” Alles zat mee, behalve dan het financiële deel.

“Op dat moment denk je: dit moeten we vaker doen. Maar achteraf denk je: die ene keer is goed geweest. Het is uniek geweest. Het is de geschiedenisboeken ingegaan. Ik kan er heel goed mee leven zo.”

Grote menigte bezoekers voor het podium van het Holland Pop Festival 1970, met windmolen en bomen op de achtergrond.

Kralingen: “Eigenlijk onvoorstelbaar dat het gelukt is”

Groei, fouten en doorzetten

Na Kralingen groeit Mojo verder. In die periode ontstaat ook de samenwerking met Leon Ramakers. “Leon bracht structuur, “ zegt Berry. “Ik was meer van de ideeën.” Niet alles gaat goed: het allereerste popconcert in Ahoy Rotterdam (3 april 1971) durft hij niet aan. Paul Acket neemt het van hem over. Berry heeft op uitnodiging van Pink Floyd het concert overigens wel bijgewoond.


De industrie verandert. Marges worden kleiner, risico’s groter. Om meer zekerheid te creëren start Berry het project Casa Nova, een beursconcept dat de financiële basis van Mojo moest verbreden. Maar het liep anders. “Dat is uiteindelijk misgegaan,” zegt hij. “Daaraan zijn we echt onderdoor gegaan.” Het project trok Mojo mee in een faillissement. Een dieptepunt, maar achteraf gezien een keerpunt. De naam Mojo werd teruggekocht, de organisatie maakte een doorstart en vond opnieuw haar kracht. Het bleek een beslissend moment: het einde van een fase, en het begin van de Mojo zoals we die nu kennen.

Conceptuele afbeelding over de doorstart van Mojo Concerts na het faillissement, met symbolen van ‘Drogisterij De Viking’, geld, contracten en wederopbouw.

Tijdens het faillissement dreigde ook de naam Mojo Concerts verloren te gaan. Tegelijk lag er al een praktische oplossing klaar: een lege BV, “Drogisterij De Viking”, waarmee direct een doorstart gemaakt kon worden. Het voelde niet goed om de naam Mojo zomaar op te geven. Die had inmiddels al een zekere bekendheid opgebouwd in de concertwereld. Daarom werd besloten om in te grijpen: voor een paar duizend gulden werd de naam teruggekocht van de curator. Daardoor kon de organisatie niet alleen doorgaan, maar ook voortbouwen op de reputatie die al was opgebouwd, een keuze die achteraf van grote waarde bleek.

Eksit

In die periode kwam ook een korte uitstap naar Eksit, gevestigd aan de Gouvernestraat in Rotterdam. Berry werd gevraagd door Frank van der Meiden, de latere manager van Doe Maar, om te helpen met vergunningen, contacten en het binnenhalen van bands. Dat was ook een leuke tijd “ik heb daar bijvoorbeeld ook de Sex Pistols gebracht.”

Rotterdam, De Kuip en Dylan

Over hoe Bob Dylan uiteindelijk in De Kuip terechtkomt, is Berry verrassend eerlijk: “Dat weet ik niet precies meer, maar Dylan had nog nooit opgetreden in Nederland. Hij was een grootheid, het Feijenoord-stadion was toen eigenlijk een voor de hand liggende keuze. Wel weet hij dat de contacten met het management er waren en dat er regelmatig contact was met Frits de Kimpe, Directeur van Stadion Feijenoord (De Kuip). Berry belooft mij in contact te brengen met Leon Ramakers om dit stuk van het verhaal ook helder te krijgen (en dat is inmiddels gebeurt; binnenkort lees je het interview met Leon Ramakers op Poptempeldekuip.nl).  


Wat hij zich wel herinnert, is de rol van wethouder Henk Riezenkamp. Hij zorgt ervoor dat de vermakelijkheidsbelasting, een forse heffing op elk toegangskaartje, vervroegd werd afgeschaft. “Dat heeft echt geholpen.” Ook het concert zelf maakt indruk. Dylan op het podium, met Eric Clapton in het voorprogramma. “Dat vond ik machtig mooi.”

Momenten die bijblijven

Vanzelfsprekend heb ik Berry nog gevraagd naar wat zijn meest favoriete Kuipconcert is geweest. In eerste instantie leek Bowie één van zijn favorieten, Mojo organiseerde immers meerdere legendarische concerten in Ahoy en later ook twee keer in 1983 en twee keer in 1987 in De Kuip. Maar uiteindelijk blijkt zijn echte nummer één toch het allereerste Kuipconcert te zijn: Bob Dylan in De Kuip. Het moment dat Dylan voor het eerst in Nederland optrad, met Eric Clapton in het voorprogramma, blijft voor hem onovertroffen.


Een ander opmerkelijk moment dat hij nog vermeldde was de regenclausule die Madonna in het contract had laten opnemen. Dit hield in dat als bij slecht weer het podium drijfnat zou worden Madonna niet hoefde op te treden. Daar konden we ons niet tegen verzekeren. Je moet nagaan, je hebt geen verzekering, en als het optreden niet doorgaat moet je iedereen terugbetalen … Dat is een rampenplan, je bedrijf is dan echt in één keer naar de kl*ten. Op de dag van het concert kwam er een regenbui aan, een donderwolk. Iedereen had enorme stress … het zal toch niet … En opeens als een soort wonder trok de lucht open, de donderwolk ging voorbij en er kwam geen regen … Iedereen enorm opgelucht natuurlijk.


De laatste vraag die ik heb is gesteld is wie hij graag nog had willen boeken, maar wat nooit gelukt is. Daar kwam wat mij betreft een verrassende naam uit; Elvis Presley. Het idee was om hem op een cruiseschip te laten optreden. Het is er -helaas- nooit van gekomen!

Gevel van het huis van Berry Visser, rijk gedecoreerd met sculpturen en ornamenten, onderdeel van Het Verborgen Huis van Madame de Berry.

Berry is nooit een man van spreadsheets en draaiboeken geweest. Hij is een kunstenaar die toevallig een van de grootste poporganisaties van Nederland heeft opgericht. Toen hij zijn Mojo‑tijd achter zich liet, viel hij terug op zijn ware natuur: creëren, fantaseren, verhalen bouwen. Die lijn trekt hij tot op de dag van vandaag door in Het Verborgen Huis van Madame de Berry, zijn eigen theatrale universum dat elke zondag tot leven komt. Daar is hij weer helemaal zichzelf; “de maker, de dromer, de verbeelder.”

4.7 3 stemmen
Artikel waardering
guest
0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
0
Zou graag je gedachten willen weten, laat een reactie achter.x